Toen Noa Lang bij Club Brugge aan de slag was, droomde hij ervan om de Europese top te halen. Voorlopig is de vaststelling echter dat hij daar nog niet in geslaagd is. Sinds zijn vertrek bij Blauw-Zwart kende de carrière van de intussen 27-jarige flankaanvaller hoogtes en laagtes.
Lang verliet Club in 2023 voor 12,5 miljoen euro en trok naar PSV, waar hij twee goede seizoenen kende. Het leverde hem een transfer op naar Napoli, maar daar slaagde de flamboyante winger er nog niet in om zijn stempel te drukken. Vorig seizoen kwam hij onder Antonio Conte amper aan de bak.
LEES OOK: Oranje slikt enorme domper voor resterende interlands
Lang kan zich nog eens tonen bij OranjeNa een halfjaar op huurbasis bij Galatasaray keerde Lang afgelopen zomer terug in Italië, maar daar speelt hij opnieuw niet al te vaak. Na vijf speeldagen in de Serie A staat zijn teller op twee basisplaatsen, waarbij hij telkens vroeg gewisseld werd, en twee invalbeurten. Voor de Champions League-wedstrijd tegen Arsenal werd hij om disciplinaire redenen gepasseerd.
In Griekenland kon Lang zich eindelijk wel nog eens in de kijker spelen. Hij kreeg van bondscoach Xavi als invaller een helft en zette daarin mee de comeback in van Oranje, dat een dubbele achterstand nog wist op te halen.
Stilstaan in ontwikkeling
"Ik was erop gebrand om echt iets te laten zien, want ik heb ook bij het Nederlands elftal gewoon te weinig gespeeld dit jaar. Sowieso niet in de basis, maar ook niet zo vaak als invaller", zei hij volgens Het Laatste Nieuws achteraf. Zijn statuut bij Oranja vindt hij wel logisch.
"Andere jongens hebben het goed gedaan. En als ik heel eerlijk ben, sta ik gewoon al een jaar lang stil in mijn ontwikkeling", was immers zijn harde conclusie. "Dat zoek ik zeker ook bij mezelf. Het zijn keuzes van de trainer, maar ik moet het zelf laten zien. Ik heb in mijn ogen veel te weinig interlands achter mijn naam. Dat knaagt aan me."
Jannick Lanckriet