Een wereldkampioenschap bezoeken staat voor veel voetbalfans gelijk aan een droomreis. Maar die droom heeft meestal ook een stevig prijskaartje. Of toch niet? Een Nederlandse influencer die afreisde naar het WK in de Verenigde Staten besloot exact uit te rekenen hoeveel een volledige wedstrijddag hem kostte. En dat bedrag zorgt nu voor heel wat verbaasde reacties.
LEES OOK: De Ketelaere ziet vriendin zwaar uitpakken: fans smelten weg
Nederlandse influencer rekent volledige kost van WK-dag uitDe Nederlandse influencer Nawar heeft op Instagram een opvallende video gedeeld waarin hij haarfijn uitlegt hoeveel een bezoek aan het WK voetbal in de Verenigde Staten hem heeft gekost. Daarbij hield hij rekening met zowat alles: de vlucht, het hotel, vervoer ter plaatse, eten, drinken en uiteraard ook het toegangsticket voor de wedstrijd.
In de video, die ondertussen al duizenden keren bekeken werd, neemt Nawar zijn volgers mee tijdens een wedstrijddag in Houston. Onderweg houdt hij nauwkeurig alle uitgaven bij. De influencer, die vaker video's maakt over reizen en geldzaken, vraagt zich daarbij zelf af of zijn volgers de uiteindelijke kostprijs hoger of lager hadden ingeschat.
Werkelijke prijs van WK-bezoek verrast veel voetbalfans
Dat een bezoek aan een WK in de Verenigde Staten niet goedkoop is, zal weinig mensen verbazen. Toch blijkt het uiteindelijke prijskaartje volgens veel kijkers lager uit te vallen dan verwacht. Zo kan je bijvoorbeeld veel besparen door op zoek te gaan naar goedkope(re) hotels of wanneer je op tijd vliegtuigtickets hebt gekocht.
Op sociale media reageren heel wat voetbalfans verrast dat een volledige WK-ervaring, inclusief verblijf en verplaatsingen, niet noodzakelijk onbetaalbaar hoeft te zijn.
Met het WK dat stilaan de knock-outfase ingaat, groeit ook de interesse bij supporters om alsnog af te reizen naar de Verenigde Staten. De video van Nawar geeft daarbij een unieke inkijk in wat een dergelijke voetbaltrip vandaag werkelijk kost. En dat blijkt voor sommigen minder afschrikwekkend dan vooraf gedacht:
Maarten Coenen