Er was de laatste tijd heel wat te doen rond de scheidsrechters in ons land. Is de kritiek op de wedstrijdleiding de laatste jaren toegenomen? Hebben scheidsrechters het moeilijk met de druk? VoetbalNieuws ging een antwoord zoeken op deze vragen en had een gesprek met Frank De Bleeckere.
"Druk is er altijd geweest"
Naar aanloop van de topper tussen Standard en
Club Brugge kwam er heel wat kritiek op Alexandre Boucaut vanuit het Brugse kamp. Toch is dit niet nieuw volgens De Bleeckere. "Druk is er altijd geweest hoor. Dat is geen tendens die nu plots komt bovendrijven. In mijn periode hadden we daar ook mee te maken. Je moet je daar van bewust zijn, maar proberen steeds zo goed mogelijk te fluiten", begint hij zijn verhaal.
Zo goed mogelijk, want perfectie lijkt niet haalbaar. "We moeten de foutenmarge in de wedstrijdbepalende fases zo laag mogelijk houden. Maar tijden zijn ook veranderd op dat vlak. In mijn beginjaren waren er voor de grote wedstrijden misschien vier of vijf camera's. Op het
WK in Zuid-Afrika bijvoorbeeld, stonden er al 32 camera's op het plein. Dan is er meer ruimte om de wedstrijd te analyseren. Maar goed, dat hoort er nu eenmaal bij en scheidsrechters moeten daar tegen gewapend zijn. Boucaut is na zijn goede wedstrijd volgens mij ook sterker uit deze fase gekomen."
Ook sociale media lijken een belangrijke rol te spelen in de zware kritiek die vaak wordt geuit. "Twitter, Facebook, ... noem maar op. Die sociale media zijn er en daar moet je mee kunnen leven. Er zijn veel positieve kanten, maar ook negatieve. We moeten misschien onderzoeken hoe we dat in ons voordeel kunnen gaan gebruiken. Mensen hebben nu ook de mogelijkheid veel sneller op alles te reageren via media als Twitter. Op dat vlak is de communicatie enorm veranderd. Nog voor de wedstrijd gedaan is, kan men al reageren op bepaalde spelsituaties."
Boucaut is volgens De Bleeckere sterker uit de hele situatie gekomen.
"Op het veld sta je er alleen voor"
Zelf staat De Bleeckere in voor de begeleiding van scheidsrechters. "Ik probeer hen zo goed mogelijk te begeleiden, maar op het veld staan ze er nu eenmaal alleen voor. Dan moeten ze zich bewijzen. Kritiek zal er altijd zijn, wat je ook doet. Maar des te beter je fluit, des te minder de kritiek. Dat is logisch. Maar we worden van bovenaf ook goed beschermd. Daar mag je gerust over zijn."
Hij vindt het dan ook logisch dat scheidsrechters niet meteen worden geschorst als ze eens een blunder begaan. "Iedereen maakt fouten. We zijn geen robots of één of andere machine. Mensen zijn zeker niet foutloos. Het is belangrijk dat we hen het nodige vertrouwen blijven geven. Dat zal hen ook enkel maar beter maken. Dat is trouwens de stelling die ik altijd al heb ingenomen. Je leert vaak ook meer uit een fout dan uit een wedstrijd waarin je niks misdoet. Al proberen we natuurlijk steeds een foutloze wedstrijd te fluiten, versta me niet verkeerd."
Ondanks het feit dat De Bleeckere het menselijk vindt dat er af en toe een foutje wordt gemaakt, begrijpt hij dat een scheidsrechter zich erg slecht kan voelen na een mindere wedstrijd. "Ik heb dat ook allemaal meegemaakt. Je ziet die fase nadien opnieuw en beseft dat je fout was. In belangrijke wedstrijden neem je dat toch even mee en slaap je wel eens slecht. Maar goed, de dag nadien moet je dat weer oppikken en gaan analyseren waar het fout is gegaan én vooral, waarom dan juist. Dat is een proces dat je steeds moet herhalen en waar je alleen beter van kan worden."
Een groot stadion kan invloed hebben op je prestaties als scheidsrechter.
Agressie ten opzichte van de scheidsrechter en beïnvloedende factoren
Dat trainers na de wedstrijd hun zegje doen over de arbitrage is niet nieuw. Dat supporters agressief reageren op de wedstrijdleiding, ook niet. "In mijn eerste jaar als scheidsrechter ben ik ook aangevallen geweest in een jeugdwedstrijd. Vorig jaar hadden we dan nog dat triestig voorval in Nederland. We mogen zoiets nooit tolereren. Daar ben ik heel duidelijk over. Trainers en bestuursleden hebben hierin ook een voorbeeldfunctie. Zo zag ik de trainer van Club Brugge (Michel Preud'homme, red.) tegen één van zijn spelers nog zeggen dat hij moest zwijgen. Zo zou het moeten. Er moet worden gedacht aan het spelletje. Ploegen moeten proberen te voetballen en niet constant zeuren. Dan wordt het voor iedereen gemakkelijker. Voor de scheidsrechter in het bijzonder, maar ook voor de ploegen zelf."
Wat er ook naar het hoofd van een scheidsrechter wordt geslingerd, je mag je niet laten beïnvloeden, stelt hij duidelijk. "Dat is ook een leerproces natuurlijk. In het begin is dat moeilijker, dat is logisch. Je moet die commentaren steeds relativeren. Merk je dat je toch een fout hebt gemaakt, dan neem je dat gewoon mee naar je volgende wedstrijd en probeer je diezelfde fout niet nog eens te maken. Je staat als scheidsrechter immers altijd bloot voor kritiek. Als je je dat steeds gaat aantrekken, wordt het erg zwaar.
Al geeft de man toe zelf ook ooit onder de indruk te zijn geweest. "Als je voor de eerste keer buiten België in een groot stadion komt, dan ben je wel even onder de indruk van de omstandigheden. Sorry, maar dat is nu eenmaal zo. Je bent dat niet gewoon hé, zo'n infrastructuur. Pas op, die aanpassing gaat zo vlug, dat je na enkele minuten wel de focus weer volledig terug hebt op die wedstrijd. Het is niet dat je een hele wedstrijd moet bekomen", besluit hij zijn verhaal.