Manchester City heeft duur puntverlies opgelopen in de strijd om het kampioenschap in de Premier League. In eigen huis speelde de ploeg van trainer Roberto Mancini (foto) verrassend met 3-3 gelijk tegen Sunderland, dat in de slotfase van de wedstrijd haar ruime voorsprong weggaf.
In de leuke eerste helft waren beide ploegen in de openingsfase kansrijk. Voor City waren Aleksander Kolarov en Edin Dzeko dichtbij, maar doelman Simon Mignolet redde tot twee keer toe knap. Aan de kant van de bezoekers werd Craig Gardner gevaarlijk. De inzet van de Engelsman belandde echter in het zijnet.
Na ruim 25 minuten leek Mario Balotelli de score te openen, maar van dichtbij schoot de Italiaan over. Kort daarna verdween een poging van Gardner net naast de verkeerde kant van de paal. Zo mocht het langzamerhand een wonder heten dat er nog geen doelpunt was gevallen. Een kwartier voor de rust was het dan eindelijk wel raak. Met een bekeken schuiver scoorde Sebastian Larsson: 0-1.
City zette vervolgens aan en kwam nog voor de pauze op gelijke hoogte. Dzeko werd neergehaald door Gardner, waarna Balotelli de toegekende strafschop benutte: 1-1. Diep in de blessuretijd van de eerste helft kwam Sunderland echter opnieuw aan de leiding. Nicklas Bendtner kopte de 1-2 achter doelman Joe Hart.
In de tweede helft kwamen de bezoekers ook nog op 1-3. Uit een counter vond Bendtner zijn ploeggenoot Larsson bij de tweede paal, die zijn tweede treffer van de middag in het doel schoof. Daarna zat het City lange tijd niet mee en leek de club uit Manchester af te stevenen op een pijnlijke nederlaag. Vijf minuten voor tijd bracht Balotelli echter de spanning weer terug in de wedstrijd door de 2-3 te maken.
Twee minuten later bracht Kolarov met een pegel van afstand de stand weer in evenwicht. Daarna volgde nog een paar hectische minuten, maar Sunderland voorkwam dat het met lege handen naar huis en ging en hield City op een gelijkspel.
LEES OOK:
Guardiola verbaast iedereen met toekomstplannen