Real Madrid heeft zaterdagavond een moeizame zege geboekt bij Real Betis. In Sevilla won
De Koninklijke met 2-3, waardoor de koploper van de Primera División tien punten voor blijft staan op nummer twee FC Barcelona. Betis bezet na de nederlaag nog steeds de dertiende plaats op de ranglijst.
De eerste kans van de wedstrijd was voor Real Madrid, maar Cristiano Ronaldo zag dat zijn inzet werd gekeerd door Betis-doelman Fabricio Agosto RamÃrez. De eerste grote mogelijkheid voor de thuisploeg was wel meteen raak. Na goed voorbereidend werk van Rubén Castro zette Jorge Molina Betis op voorsprong. Even later was Castro dichtbij de 2-0, maar de bal ging over. Vervolgens was het aan de andere kant wel raak. Op aangeven van Mesut Özil zette Gonzalo HigaÃn de stand op 1-1.
Na de gelijkmaker hadden beide ploegen het geluk niet aan hun zijde en bleef de stand tot de rust door goed keeperswerk en de lat ongewijzigd. Na de enerverende eerste helft was ook de tweede helft het aanzien waard. Zeven minuten na de pauze bracht Ronaldo zijn ploeg voor het eerst in het duel aan de leiding: 1-2. Lang konden de mannen van José Mourinho echter niet genieten van hun voorsprong, want kort daarna maakte Jefferson Montero de 2-2.
De twee doelmannen hielden hun ploeg vervolgens op de been met fraaie reddingen. Fabricio had twintig minuten voor tijd in eerste instantie weer een knappe reflex in huis op een kopbal van Sergio Ramos, maar uit de rebound scoorde Ronaldo alsnog: 2-3. De Portugese vedette schoot kort daarna net naast, wat de laatste kan van de wedstrijd was. In de blessuretijd kwam Real Madrid nog goed weg, toen Ramos hands maakte in zijn eigen strafschopgebied. De arbitrage zag het voorval echter over het hoofd.
LEES OOK:
'Real vindt akkoord: grote terugkeer Mourinho een feit'