Olivier Deschacht lag de voorbije week onder vuur na zijn opvallende uitspraak over het vrouwenvoetbal. Tijdens de interlandbreak vertelde de voormalige Rode Duivel in de DAZN-podcast 'Ongefilterd' dat hij niet naar vrouwenvoetbal kan kijken. Dat zorgde voor heel wat commotie, waarbij ook verschillende bekende Vlamingen zich in de discussie mengden. Deschacht gaf nu een 'ongefilterde' reactie.
LEES OOK: Na Deschacht-commotie: 'Ongefilterd' pakt voetbalprogramma aan
Deschacht weigert excuses aan te biedenDeschacht bleef bij zijn standpunt en vond niet dat hij zich moest verontschuldigen voor zijn persoonlijke voorkeur. Wel gaf hij toe dat hij zijn woorden misschien anders had kunnen formuleren. "Ik had misschien beter gezegd: ik kijk er niet naar", was de teneur van zijn reactie. Daarmee erkende hij dat zijn uitspraak anders had kunnen overkomen, zonder zijn mening daarom terug te nemen.
Vooral de reacties achteraf maakten indruk op de voormalige verdediger van Anderlecht. Hij vertelde dat hij een stortvloed aan haatreacties over zich heen kreeg. De commotie ging volgens hem bovendien veel verder dan kritiek op zijn mening. Zo verwees hij naar een krant waarin een artikel over hem pal naast een artikel over een moordenaar stond. Dat vond hij bijzonder ver gaan.
Nainggolan en Stijnen halen uit naar de media
Ook Radja Nainggolan en Stijn Stijnen hadden weinig begrip voor de omvang van de verontwaardiging. De drie heren vonden dat de reacties buiten verhouding waren en wezen daarbij ook naar de rol van de media en bekende Vlamingen. Volgens hen leek de discussie voor sommigen vooral een manier om zichzelf in de kijker te zetten.
Daarbij stelden ze ook een vraag die volgens hen te weinig aan bod kwam: hoeveel van de bekende gezichten die zich zo fel uitspraken, gaan zelf regelmatig naar het vrouwenvoetbal kijken of hebben ooit iets concreets gedaan om de sport te ondersteunen?
Het is een tegenwerping die de discussie opnieuw op scherp zet. De commotie rond Deschacht toont hoe gevoelig het onderwerp ligt, maar roept tegelijk vragen op over de manier waarop publieke uitspraken worden uitvergroot en besproken.
Maarten Coenen