Beerschot schakelde in de Croky Cup RSC Anderlecht uit, een ferme stunt van de tweedeklasser. Maar de ambities zijn groot bij de Kielse Ratten. Mo Messoudi sprak met Gazet van Antwerpen en riep straffe taal.
Beerschot wil uiteraard zo snel mogelijk promoveren naar de Jupiler Pro League en de Antwerpse club behoort tot één van de grote favorieten voor de titel in de Challenger Pro League. Messoudi blijft wel op zijn hoede.
LEES OOK: Beerschot mét Rits; Bruno kiest opnieuw onuitgegeven elftal
Een helse marathonMessoudi kijkt met trots terug op de bekerstunt van Beerschot. “Voor de spelers was het interessant om zich te kunnen meten met een eersteklasser en net zoals vorig seizoen konden we ons als enige tweedeklasser plaatsen voor de 1/8ste finales. Iedereen heeft genoten van de sfeer op het Kiel en van onze prestatie.”
Toch wil hij zijn manschappen op scherp houden, zeker omdat het seizoen nog lang is. “We gaven niet veel weg en kunnen terugblikken op een knalprestatie, maar de groep beseft al te goed dat het nu zondag opnieuw van moeten is. Het seizoen is een marathon en we zijn nog maar net een kwart ver.”
Topper voor de deur
Messoudi vreest ook want de topper tegen KAS Eupen staat voor de deur. “Ik hoop vooral dat het extra vertrouwen er niet voor zorgt dat we lakser worden of minder scherp voor de dag komen. Sommige wedstrijden trekken we vlot over de streep, maar in de meeste partijen hebben we dit seizoen toch moeten knokken voor de drie punten. Tegelijkertijd kan dat vertrouwen de spelers helpen om de zaken die we als staf van hen vragen, nog beter uit te voeren.”
De oefenmeester van Beerschot ziet Eupen als één van de grote uitdagers voor de titel in de Belgische tweede klasse. “Het is een verraderlijke verplaatsing. Ze hebben veel kwaliteit in hun rangen, gesteund op de basis die vorig seizoen al aanwezig was. Ook wegens de overname door Qatar Sports Investments, de eigenaar van PSG, boksen ze in een andere financiële klasse dan wij. Met Mazzu hebben ze een ervaren coach in huis, die het klappen van de zweep kent.”
Stephan Calander