Dezer dagen spelen heel wat Rode Duivels bij de allergrootste clubs van Europa, maar rond de eeuwwisseling konden we daar alleen maar van dromen. Ons land produceerde toen nog niet het talent dat het tegenwoordig doet. Bovendien slaagden lang niet alle veelbelovende spelers erin om de verwachtingen helemaal waar te maken.
Zo leek bijvoorbeeld een jaar of 25 à 30 geleden Jurgen Cavens voorbestemd om de toekomstige aanvalsleider van de nationale ploeg te worden. De spits had al op zijn zeventiende verjaardag gedebuteerd in eerste klasse bij Lierse en pakte een jaar later met de Pallieters verrassend de landstitel.
Daarna zou Cavens geleidelijk aan een basisplaats veroveren op het Lisp, maar de grote stap hogerop bleef echter uit. Nochtans had die er wel kunnen komen. In Gazet van Antwerpen onthult Cavens dat destijds enkele Europese grootmachten op de loer lagen.
LEES OOK: Genkse blunder met Godts onthuld: "Dat gaf echt een kick"
Cavens kon naar Bayern en Ajax"Bayern München en Ajax volgden mij. Borussia Dortmund deed zelfs een bod", vertelt Cavens. "Maar ik was mentaal niet sterk genoeg om op dat moment de stap te zetten. Nadien is de trein nooit meer gepasseerd."
"Ik weet van mezelf dat ik meer uit mijn carrière had kunnen halen", beseft Cavens dan ook. "Maar ’t is goed geweest. Ik versierde vijf caps voor de Rode Duivels en won met Beerschot een tweede beker."
Doorbraak aan de top kwam er niet
Cavens had al een eerste beker gewonnen in 1999 met Lierse, waarbij hij in de finale tegen Standard ook twee keer scoorde. Hij was dus ook vijf keer Rode Duivel, waarbij hij één keer scoorde. Dat was tijdens zijn laatste interland, een WK-kwalificatiematch in Letland in 2000. In 2001 werd hij nog één keer opgeroepen tegen San Marino, maar op zijn 22ste zat de internationale carrière van Cavens er al op.
Ook aan de Belgische top kon hij nooit helemaal doorbreken. Na zijn vertrek bij Lierse speelde Cavens nog voor Standard, Olympique Marseille, FC Twente, AA Gent, Germinal Beerschot, opnieuw Lierse, Waasland-Beveren, Cappellen en Beerschot-Wilrijk.
Jannick Lanckriet