Een snoeiharde aanklacht tegen de internationale voetbalwereld legt de dubbele standaarden bloot die volgens Peter Vandenbempt steeds duidelijker zichtbaar worden. Terwijl voetbalorganisaties zich graag profileren als neutrale bewakers van de sport, blijven ze volgens de ervaren voetbalcommentator opvallend stil wanneer politiek en mensenrechten rechtstreeks met het voetbal botsen, dit tot afgrijzen van de populaire commentator
LEES OOK: Vlaamse regering grijpt hard in: voetbalfans zwaar getroffen
Israël voetbalt gewoon doorVandenbempt wijst, in zijn column bij Het Nieuwsblad, erop dat Rusland na de invasie van Oekraïne binnen enkele dagen uit de internationale voetbalcompetities werd geweerd. Israël neemt daarentegen in het najaar van 2026 nog altijd deel aan de UEFA Nations League. Dat verschil noemt hij moeilijk te verantwoorden, zeker gezien de gebeurtenissen in Gaza. Ook Amnesty International dringt al langer aan op een schorsing van de Israëlische voetbalbond en herhaalde die oproep in september.
Volgens Vandenbempt gaat het bovendien niet alleen over de oorlog in Gaza. Hij verwijst naar Israëlische clubs uit nederzettingen op bezet Palestijns grondgebied die deelnemen aan de Israëlische competities.
De FIFA besliste in maart 2026 om geen maatregelen te nemen tegen de Israëlische voetbalbond in verband met die clubs. De Palestijnse voetbalbond heeft die beslissing inmiddels aangevochten bij het internationaal sporttribunaal CAS.
“Schuldig verzuim”
De voetbalcommentator trekt daarbij een historische vergelijking. Hij herinnert aan 1973, toen de Sovjet-Unie weigerde in Chili te spelen omdat het stadion kort voordien was gebruikt als gevangenis en folterkamp onder het regime van Augusto Pinochet. De FIFA liet Chili uiteindelijk met forfait winnen. Ook de internationale sportwereld heeft volgens Vandenbempt dus eerder voor politieke situaties gestaan waarin sport en mensenrechten onmogelijk van elkaar konden worden losgekoppeld.
Vandaag ziet hij een gelijkaardig probleem, maar dan met een andere uitkomst. Clubs, bonden en spelers worden volgens hem geconfronteerd met politieke en maatschappelijke druk, terwijl FIFA en UEFA zelf hun verantwoordelijkheid onvoldoende opnemen.
Maarten Coenen