Dat Steven Defour geen fan was van Rudi Garcia, dat was al duidelijk. In zijn analyse voor Het Belang van Limburg was de ex-middenvelder bizar genoeg snoeihard voor de Fransman. Defour zei het volgende.
LEES OOK: Albert lyrisch over Rode Duivel: "Een toekomstige ster"
Zware uithaal naar Garcia“Het is misschien vroeg, maar na een match onder Van Bommel durf ik toch al te concluderen dat we met de foute bondscoach naar het WK zijn gegaan. In deze match zaten veel dingen die ik onder Rudi Garcia nooit heb gezien. Zo bewees Mika Godts dat hij altijd een plekje in de selectie had verdiend en wellicht ook belangrijk had kunnen zijn voor de Rode Duivels op het WK", aldus Defour.
Garcia deed het inzake resultaten geweldig en loodste de Belgen naar de kwartfinales van het WK. Daar maakten ze het Spanje héél moeilijk, wat ook een verdienste was. Niemand maakte het de latere wereldkampioen zo moeilijk na de groepsfase. Was het altijd goed? Neen, maar op zo'n WK tellen toch vooral de resultaten. En die waren top.
Ook de niet-selectie van Mika Godts viel toen te begrijpen. Op links, waar Godts speelt, hadden de Belgen toen met Leandro Trossard en Jérémy Doku twee uitblinkers uit de Premier League bij de titelploegen Arsenal en Man City staan. Godts speelde amper tot nooit op rechts, waar het logisch was dat voor Dodi Lukebakio en Alexis Saelemaekers werd gekozen.
Goede start voor Van Bommel
Defour zag dat de Rode Duivels ook nog werkpunten hebben onder Mark van Bommel. "Hoe goed de eerste helft ook was, de tweede helft liet ons wel zien dat er nog werk op de plank ligt en dat we best nog even met de voetjes op de grond blijven. Voor Romelu Lukaku is het goed dat hij weer wat minuten heeft kunnen maken, maar een echte impact had hij niet." Logisch, aangezien hij inviel in minuut 83...
"Hoe dan ook kunnen we zeker spreken van een geslaagde start onder bondscoach Mark van Bommel. Ik ben heel benieuwd of we maandag tegen Frankrijk kunnen verder bouwen op die sterke eerste helft en of we ook kunnen standhouden onder de Franse druk.”
Claudio Reulens